SmartBrush

Objecten omkaderen met behulp van Smart Brush voor Spine SRS-procedures



Stap

1.

Centreer en zoom in of uit op het doelgebied met gebruik van de functies Zoom, Scroll en Pan.

2.

Controleer of de Smart Brush-selector is ingeschakeld ⑤ en selecteer Smart Brush.

3.

Selecteer de wervel ①.

4.

Markeer het gebied dat moet worden gesegmenteerd ③.

Maak een omtrek met een streek van de kwast en houd deze iets binnen het object. De voxellijnen volgen de omtrek van het object.

Het gebied dat is omkaderd wordt vastgesteld door grijswaarden en het contrast van het beeld.

SmartBrush segmenteert alle verbonden pixels met dezelfde grijswaarden in het gedefinieerde gebied.

Door een groter gebied te definiëren, neemt de mogelijke grijswaardeschaal toe.

5.

Als de randen van het gesegmenteerde gebied niet correct worden afgescheiden van het omliggende gebied, kunnen de grenzen met Erase nauwkeuriger worden aangegeven.

Indien een muis wordt gebruikt, kan de rechtermuisknop worden gebruikt om te gummen als SmartBrush actief is.

6.

Blader naar de volgende coupe of ga door met omkaderen in een reconstructie loodrecht daarop.

7.

Herhaal de markeerstappen totdat het object in alle relevante coupes is gecreëerd.

U kunt ook 3D-interpolatie gebruiken voor het omkaderen van het gehele objectvolume.

8.

Controleer de getekende en automatisch gegenereerde objecten (GTV ②, CTV ③ en OAR, bijgesneden objecten ④) door deze te selecteren in de lijst met hulpmiddelen en beoordeel deze objecten.

Zodra u begint met het omkaderen van een object wordt er een overeenkomend doelvolume (CTV) en risico-orgaan (OAR) gegenereerd. Het CTV en het OAR worden overeenkomstig bijgewerkt tijdens het omkaderingsproces van het GTV.

9.

Selecteer Done.

Art-Nr.: 60917-26NL

Date of publication: 2017-03-23